
Nadat een paar warme lentedagen lonkten, de Amsterdamse terassen ondanks het nog ietwat frisse weer toch vol zaten en de muzikanten hun instrumenten optimistisch uit de kast hebben gehaald en het Rembrandtplein weer aandeden, is de temperatuur helaas weer dusdanig afgekoeld dat we gisteren sneeuw, regen en hagel hadden. Ook vandaag was het nog steeds goed fris. En ik hoopte nog wel dat de warme lente dagen zouden arriveren. Het is in ieder geval wel weer langer licht dus je hoeft niet meer in het donker van het werk te vertrekken.
Als ik dan zo in dat bijna-lente licht uit mijn werk van het Rembrandtplein naar de metro wandel en op station Amstel sta te wachten op de intercity en ik kijk omhoog naar de blauwe hemel waar zo’n vliegtuig op een aantal kilometer lange witte sporen trekt, dan vraag ik me altijd af waar die mensen naar op weg zijn. Dan zie ik die mensen voor me, die net een kopje koffie van de stewardess hebben gekregen en die net naar een andere film zappen op het schermpje in de hoofdsteun voor hen. Misschien hebben ze er al uren opzitten of hebben ze nog uren te gaan. Dan herrinner ik me hoe ik me voelde toen ik (in 2001) 24 uur in het vliegtuig zat van Amsterdam via Londen en Singapore naar Melbourne, hoe we over Afghanistan vlogen en we het nog over Bin Laden hadden. En als ik dan naar zo’n vliegtuig sta te turen, dan moet ik er altijd een beetje aan denken dat ik, over een aantal maanden, óók in zo’n vliegtuig zal zitten; op weg naar een ver warm oord. Spannend







